Wat u moet weten...
Trimmen is in de eerste plaats het verwijderen van de oude (dode) vacht en tevens het reguleren van een te overvloedige haargroei waar de hond last van kan hebben. Dat gebeurt door gebruik te maken van de verschillende trimtechnieken die er zijn. De trimtechnieken worden ook wel gebruikt om de vacht te modelleren.
Afhankelijk van de vacht van de hond, houdt trimmen in: scheren, knippen, effileren, uitdunnen, plukken, wassen, kammen en/of borstelen, ontklitten en ontwollen.
-
Scheren, knippen en effileren (inkorten met de effileerschaar)
-
Uitdunnen
-
Plukken
-
Wassen
-
Borstelen, kammen, ontklitten, ontwollen
-
Tot slot
Scheren, knippen en effileren (inkorten met de effileerschaar)
Bij deze trimtechniek wordt het haar alleen ingekort. De haarwortel blijft in de huid zitten. Het enige verschil tussen knippen/effileren en scheren is de lengte van de vacht die je laat staan. Poedels, Maltezers, Yorkshire terriërs en honden met hetzelfde vachttype worden geschoren en/of geknipt in elke gewenst model. Voor het scheren gebruikt men speciale hondentondeuses met verwisselbare scheerkoppen, waarmee verschillende haarlengten (variërend van 1mm tot en met 16mm) kunnen worden geschoren. Voor het knippen worden rechte scharen gebruikt. En voor het effileren worden effileerscharen gebruikt. Poedels worden met een rechte schaar geknipt en honden zoals een Maltezer worden vaak ingekort met een effileerschaar waardoor het zogeheten puppymodel ontstaat. Afhankelijk van de vacht en de gewenste lengte wordt gekozen voor knippen of scheren. Vaak is het een combinatie van beiden, wanneer een bepaald model gecreëerd moet worden. Over het algemeen komen deze honden 4 tot 8 maal per jaar in de trimsalon.
Het uitdunnen of effileren (niet verwarren met het bovengenoemde effileren) wordt gebruikt bij het reguleren en modelleren van het overvloedig, voor de hond vaak hinderlijk, haar. Deze trimtechniek wordt het meest gebruikt bij spaniels en spanielachtige vachten. Spaniels, Setters, Retrievers etc. worden waar mogelijk uitgeplukt en verder met een speciaal getande schaar (effileerschaar) uitgedund en gemodelleerd. Deze honden komen zo'n 4 tot 6 maal per jaar in de trimsalon.
Bouviers, Schnauzers, de meeste terriërrassen en alle overige ruwharige honden worden geplukt. Dat wil zeggen dat de bovenste dode haarlaag met wortel en al met de hand of met een trimmes verwijderd wordt, zodat de nieuwe vacht alle ruimte krijgt om zich optimaal te ontwikkelen. Na een goede plukbeurt, waarbij de bovenste haarlaag verwijderd wordt, blijft de onderste laag (de ondervacht) staan. Wanneer u dit zou nalaten, loopt u het risico dat uw hond jeukklachten krijgt, zich gaat stukbijten en bij de dierenarts terecht komt. De meeste plukhonden komen 2 x per jaar in de trimsalon. De vacht kan alleen geplukt worden als deze "rijp" is (dus in de rui). Het plukken is dan niet pijnlijk. Mijn indruk is dat veel honden het juist zeer waarderen. Men helpt ze juist af van een hinderlijk jeukende vacht. Met plukken helpt men de hond op de meest natuurlijke wijze met zijn vachtverwisseling. Deze trimtechniek wordt voornamelijk gebruikt bij ruw- en ruigharige honden, maar in principe kan deze techniek altijd worden gebruikt bij honden met een gelaagde vacht en blokverharing, ook al is de bovenvacht zacht.
Oren uitplukken en schoonmaken
Bij het uitplukken van de oren wordt overtollig haargroei verwijderd, zodat uw hond geen ontsteking in de oren kan krijgen.
Voetjes, liezen en oksels uitscheren
Bij sommige honden groeit er veel haar onder de voetjes. Dit haar kan gaan klitten en heel onaangenaam aanvoelen bij het lopen. Het is daarom noodzakelijk om bij deze honden de voetjes uit te scheren. De oksel en liezen zijn de (niet zichtbare) plekken waar haar het eerst gaat klitten. Dit haar wordt weggeschoren omdat klitten pijnlijk zijn voor de hond bij het bewegen.
Bij een trimbeurt wordt de hond gelijk gecheckt op bultjes en eventuele huidafwijkingen.
Alleen een wasbeurt of nagels knippen is uiteraard ook mogelijk!
Vaak wordt beweerd dat een hond niet gewassen hoeft te worden. Dit is niet waar, want elk soort hond wordt vuil. Zand, stof, oude huidschilfers, uitlaatgassen van auto's, etc. hechten zich aan vacht en huid en zorgen ervoor dat de vacht van uw hond vies ruikt en er niet mooi uitziet. Daarbij kan een vervuilde huid ook nog eens oorzaak zijn van jeuk en/of huiduitslag.
Vaak wordt ook beweerd dat het wassen van uw hond slecht voor zijn vacht/huid zou zijn. Dit is ook zo als u niet de juiste producten gebruikt. Voor dit doel heeft men de hondenshampoo ontwikkeld, speciaal afgestemd op de pH-waarde van de huid van uw hond en voor het gebruik op uw hond. Mensenshampoo (ook baby-shampoo) heeft een sterk ontvettende werking wat de natuurlijke vetlaag, die de huid van uw hond beschermd, helemaal afbreekt.
Naast vuil verwijderen is het wassen van honden ook zeer handig bij het versnellen van de verharing tijdens de ruiperiode. Door het wassen gaan de haarzakjes open en worden dode haren sneller losgelaten. Na een goede wasbeurt dient de hond ook geföhnd en geborsteld te worden om verklitten tegen te gaan. Tijdens deze grondige borstelbeurt help je de verharing dus ook een handje.
De meeste honden worden tijdens hun trimbeurt ook gewassen, maar er zijn ook honden die specifiek alleen voor het wassen komen. Zo kan het zijn dat een hond om medische redenen een paar keer per week gewassen moet worden. Een bezoek aan de trimsalon is dan een praktische oplossing wanneer men niet alle rotzooi in huis wil hebben. Tevens komen veel honden tijdens de ruiperiode voor een grondige was-, borstel- en ontwolbeurt.
Borstelen, kammen, ontklitten, ontwollen
Elke hond moet geborsteld en/ of gekamd worden, al dan niet voorafgaand aan een trimbeurt. Gebeurt dit niet dan gaat de vacht vaak klitten. Honden komen dus in de trimsalon voor een extra goede kam- en borstelbeurt, maar ook voor het verlossen van klitten.
Met ontwollen wordt door middel van een ontwolhark de onderwol tussen de dekharen uitgekamd, waarbij tevens alle loszittende dekharen meekomen. Het toepassen van de ontwoltechniek mag alleen als de hond duidelijk in de ruiperiode is en de vacht echt uit vrijwel dood haar bestaat. Gebruik je deze techniek in één van de andere fases van de cyclus dan veroorzaak je een overborstelingseffect. Het ontwollen (al dan niet gecombineerd met een wasbeurt) versnelt de rui en de hond is dus sneller door de ruiperiode heen.


Info